LVB

LVB in het sociaal domein

Mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB) vormen in het sociaal domein één van de meest kwetsbare groepen als het gaat om sociale problematiek. Het wordt voor hen alsmaar lastiger om zelfstandig te functioneren in onze steeds complexere samenleving. In toenemende mate doen zij dan ook een beroep op voorzieningen in het sociaal domein. Deze ondersteuning lijkt echter niet altijd even effectief.Meer

Door de invoering van de Wmo in 2015, krijgen steeds meer mensen met een LVB geen of minder (ambulante) begeleiding. Voor de samenleving ligt er een grote uitdaging om deze groep toch te ondersteunen en begeleiden waar dat nodig is. Er wordt daarbij ook meer gevraagd van het welzijnswerk en de ‘gewone’ burger: neem deze groep op en zorg dat ze meekomt.

De ondersteuning en zorg voor mensen met een beperking zijn opgenomen in verschillende wetten zoals de Wet maatschappelijk ondersteuning (Wmo), de Wet langdurige zorg (Wlz), de Jeugdwet en de Participatiewet. Daarnaast kunnen zij gebruikmaken van allerlei voorzieningen en regelingen, zoals schuldhulpverlening, vervoer, onderwijs en regelingen op het gebied van werk en inkomen. Al die verschillende regels, loketten en potjes geld maken het niet makkelijk. Daarnaast zien cliëntondersteuners van MEE dat voorzieningen en dienstverlening ook niet altijd goed zijn afgestemd op mensen met een beperking. ‘Meestal heeft dat te maken met onvoldoende kennis over deze doelgroep, waardoor niet aangesloten wordt op de beperking. Dat geldt met name voor niet-zichtbare beperkingen, zoals een lichte verstandelijke beperking, autisme of een niet-aangeboren hersenafwijking.’

Mensen met een LVB of zwakbegaafdheid zullen het zelf lang niet altijd zeggen als ze iets niet begrijpen en ook aan hun taalgebruik merk je dit vaak niet. Ze gebruiken woorden en zinnen die ze hebben opgevangen, maar die ze zelf niet altijd ook echt begrijpen. Dit maakt het nog lastiger om een LVB/zwakbegaafdheid te herkennen. Het inzicht in hun beperkingen ontbreekt vaak, al merken ze wel dat ze dingen niet kunnen die bij hun leeftijdgenoten vanzelf lijken te gaan. Ze doen zich vaak groter voor om dit, al dan niet bewust, te verbergen en lopen op hun tenen om zich staande te houden. Dit alles kan leiden tot faalervaringen, gevoelens van frustratie en een negatief zelfbeeld, wat vervolgens de verdere ontwikkeling kan belemmeren omdat ze gedemotiveerd raken als ze niet aan de verwachtingen kunnen voldoen.

Een ander, negatief, gevolg van het niet (h)erkennen van een LVB of zwakbegaafdheid is dat professionals soms te veel van deze mensen verwachten of hen overvragen. Dat leidt niet alleen tot meer faalervaringen, maar kan ook leiden tot een afkeer van hulp.

Uitgelicht

Meest gelezen