Congres Behandeling van Trauma

Effectieve verwerkingstechnieken

Congres Behandeling van Trauma verplaatst
Vanwege het coronavirus hebben de autoriteiten per direct een verbod op evenementen met meer dan 100 personen afgekondigd. Om deze reden zal het congres Behandeling van Trauma van 27 maart worden verplaatst naar 30 oktober 2020. Alle deelnemers zijn hierover persoonlijk geïnformeerd.

Traumatische gebeurtenissen hebben impact op de ontwikkeling en coping strategieën van cliënten. Tijdens dit congres leert u welke verwerkingstechnieken voor trauma er zijn en welke u het beste toe kunt passen in specifieke situaties.

Gewenste verbetering in behandeling bij trauma
Uit recente studies blijkt dat het aantal patiënten dat lijdt aan een trauma stijgt. Echter, wanneer trauma’s worden opgemerkt en aangepakt, krijgen patiënten niet altijd de best passende behandeling. Dat meldden behandelaren en patiënten aan Zorginstituut Nederland en valt te lezen in het rapport Systematische analyse geestelijke gezondheidszorg (2018)*.

Welke behandeltechniek in welke situatie?
Tijdens dit congres worden de verschillende behandeltechnieken op een rijtje gezet. De indicatiegebieden van deze technieken en hun voor- en nadelen worden besproken, zodat u een meer beredeneerde keuze voor een techniek kunt maken.

Na het volgen van deze dag weet u meer over:

  • de opbouw van traumabehandeling (wanneer doe je wat?)
  • welke behandelingstechnieken er zijn en wanneer je welke inzet
  • verschillende verwerkingstechnieken, zoals:
    • schematherapie en EMDR;
    • imaginaire exposure;
    • imaginaire rescritping;
    • sensorimotor psychotherapie;
    • narratieve exposure therapie.

* Bron: de Volkskrant (19 april 2019)

Congres Behandeling van Trauma | Congres Behandeling van Trauma – Effectieve gesprekstechnieken | Interview

‘Er is meer dan alleen EMDR’

Interview met traumaverwerkingsexpert Martijn Stöfsel

 

Martijn Stöfsel

Traumabehandeling is ‘hot’. Maar niet elke verwerkingstechniek is even geschikt voor iedere patiënt. Ofte wel, one size doesn’t fit everyone. Klinisch psycholoog-psychotherapeut Martijn Stöfsel vindt het belangrijk dat therapeuten ook durven overstappen van de ene techniek naar de andere.

Patiënt Herman (47) komt in de praktijk omdat hij moeite heeft langdurige relaties aan te gaan. Hij eet veel en voelt zich soms depressief. Al snel komt het onderliggend trauma naar boven: affectieve verwaarlozing. ‘Met EMDR kun je dan proberen het verwerkingsproces op gang te brengen’, vertelt Martijn Stöfsel. ‘Dat vraagt van de cliënt om voldoende gezonde informatie tot zijn beschikking te hebben om het beeld dat zijn ouders tekort schoten, te zien. Dat is lastig, want het ‘kind’ heeft geen vergelijkingsmateriaal en als volwassene weet je niet wat je hebt gemist. Met imaginaire rescripting kan dat veel beter. Dan kan de cliënt of de therapeut als volwassene de dader stoppen en het kind toespreken.’

Ernstig trauma

Met ruim 24 jaar ervaring weet Stöfsel waar hij het over heeft. Hij werkte meer dan twintig jaar in het SinaiCentrum in Amersfoort, een Joodse instelling gespecialiseerd in de behandeling van de gevolgen van ernstig (oorlogs-)trauma. ‘Het is toevalligheid en voorzienigheid’, vertelt hij over zijn loopbaan. ‘Ik had een aantal open sollicitaties gestuurd en werd uitgenodigd bij de RIAGG in de Bijlmer en het Sinai, beide voor traumabehandeling. Dat was toevalligheid. Maar ik ben opgegroeid met de Tweede Wereldoorlog door mijn opa en vader. Daarnaast heb ik een nare ervaring in mijn gezin van herkomst meegemaakt en aan den lijve ondervonden dat je zoiets kunt verwerken, zodat het je niet meer belemmert. Dat ik die kennis in mijn verdere loopbaan heb mogen doorgeven, was wellicht voorbeschikt.’

De grote drie

Daarom vindt traumaspecialist Stöfsel het ook van belang dat therapeuten weten welke verwerkingstechnieken er zijn, en welke het beste is toe te passen in welke situatie. ‘Eerst was er niet zoveel aandacht voor het behandelen van trauma. Dat komt nu gelukkig steeds minder voor. Ik denk dat elke behandelaar wel onderlegd is in EMDR of één van de andere ‘grote’ technieken: imaginaire rescripting en imaginaire exposure. Deze drie zijn evidence based, of gaan dat worden. Maar dat brengt dus een nieuw probleem met zich mee: wanneer gebruik je nu welke traumaverwerkingstechniek?

Aanvulling

Daar is nog geen absolute helderheid over. Stöfsel doet op dit moment onderzoek, aan de hand van literatuur, interviews met collega’s en klinische ervaring, naar de indicatieverschillen tussen de verschillende verwerkingstechnieken en schrijft hier een boek over. ‘Op het Congres Behandeling van Trauma worden de voorlopige resultaten hiervan gepresenteerd. Belangrijk vind ik vooral dat we beseffen dat we meerdere waardevolle technieken tot onze beschikking hebben dan alleen EMDR. Het is goed om soms over te stappen, tussen de verschillende technieken te wisselen of ze te koppelen.’

Doe het samen

Het zou mooi zijn als iedere therapeut geschoold zou zijn in alle drie de technieken, vindt Martijn Stöfsel, maar het is geen vereiste. ‘Je kunt ook de samenwerking opzoeken in het team, of als vrijgevestigde therapeut met andere therapeuten in je netwerk. Als je de kennis maar tot je beschikking hebt.’

Explosief materiaal

Belangrijker vindt hij dat therapeuten werkingsmechanismen van de technieken die ze toepassen, goed kennen. ‘Steeds meer therapeuten werken met EMDR. Dat is een mooie ontwikkeling, maar je moet wel weten wat je doet. Zeker bij complexe trauma’s. Je werkt met ‘explosief materiaal’: wat gebeurt er als je ergens aan pulkt en het komt tot een uitbarsting? Ook dan moet je weten hoe te handelen. Dat is dan ook wat ik deelnemers op het congres meegeef. Na afloop zet je de verschillende verwerkingstechnieken bewuster in en heb je tools om het ook anders aan te pakken.’

Auteur: Naomi van Esschoten